
Wat als de grootste problemen van Curaçao niet alleen worden veroorzaakt door armoede, corruptie of slecht bestuur, maar door littekens die volgens Erwin Rafaëla al generaties lang worden meegedragen sinds de slavernij en het kolonialisme? In een indringende opiniebijdrage waarschuwt hij dat Curaçao volgens hem langzaam uiteenvalt doordat de samenleving nooit werkelijk heeft afgerekend met de psychologische en maatschappelijke gevolgen van haar verleden.
door | Erwin Raphaëla
Zonder enige schaamte of wroeging wil ik vandaag een aantal essentiële punten delen over onze Curaçaose werkelijkheid, zoals ik die altijd heb ervaren, maar die met de dag erger worden.
Mijn voornaamste wens is dat leiders van onze Curaçaose gemeenschap en/of burgers met grote invloed mijn observaties ter harte nemen en helpen een volledig nieuw bestuurssysteem op te zetten. Een systeem op een duurzame basis, om aan te pakken wat er misgaat en wat volgens mij precies de hoofdfactoren zijn die onze gemeenschap belemmeren om vooruit te komen en betere levenskansen voor ons allemaal te creëren.
Laat ik direct stellen: volgens alle analyses die ik heb gemaakt, heeft de impact van slavernij en kolonialisme tot op de dag van vandaag, in 2026, een verstikkende greep op de levensomstandigheden op Curaçao. Deze zal ons blijven belemmeren als we de bovengenoemde gevolgen niet identificeren als punten waar we met de grootste urgentie aan moeten werken.
De eerste keer dat ik mezelf afvroeg: “Wat ontbreekt bij veel mensen van Curaçao of bij een brede groep Curaçaoënaars?”, was tijdens mijn eerste jaren in Nederland, als student. Ik kon niet begrijpen of accepteren waarom op zoveel feestelijke bijeenkomsten, waar Curaçaoënaars massaal aanwezig zijn om een cultureel evenement te vieren of bij te wonen, zo’n bijeenkomst kan eindigen doordat de ene Curaçaose persoon tijdens een ruzie het leven van een andere Curaçaose persoon beëindigt, veroorzaakt door een simpele discussie of meningsverschil. ‘Waarom?’, bleef ik mezelf altijd afvragen.
Op een dag, toen ik aan de Radboud Universiteit Nijmegen college volgde, nam ik de moed om professor dr. Gerrit Huizer te benaderen. Hij is een groot expert op het gebied van ontwikkelingen in Afrika en andere volkeren in de Derde Wereld. Ik wilde onder vier ogen met professor dr. Gerrit Huizer spreken om zijn mening te horen over wat ik in de Curaçaose bevolking in Nederland had opgemerkt en wat mij constant bleef bezighouden: de gevechten en zelfs de vreselijke moorden die plaatsvinden op momenten dat het totaal onbegrijpelijk is.
De eindconclusie die ik trok uit het uiterst diepgaande en openhartige gesprek dat ik met deze autoriteit had, was: ‘we moeten terug naar het verleden’. Want volgens de professor weten we het allemaal, of we het nu willen accepteren of niet: we dragen nog steeds de sporen van destructieve elementen die hun oorsprong vinden in ons verleden. Verder legde de professor uit dat, erger nog, bepaalde details blijven terugkomen in ons DNA en ze zullen ons leven blijven beïnvloeden. De wreedheden begaan tijdens de periode van de trans-Atlantische slavernij, de stammenoorlogen en het kolonialisme blijven ons achtervolgen en belemmeren belangrijke dingen die moeten gebeuren, aldus de professor. Maar het gaat dan om gebeurtenissen waarvan de impact onomkeerbaar is.
‘Wat moet er dan gebeuren?’, vroeg ik professor dr. Huizer. Volgens de professor moeten we erkennen dat het nodig is om trajecten op te zetten om met dat trieste en uiterst pijnlijke verleden om te gaan, en tegelijkertijd nieuwe ontwikkelingen te introduceren. Bestaande structuren moeten worden veranderd om meer participatie en daadwerkelijke betrokkenheid van de leden van deze gemeenschap bij de vormgeving van het land mogelijk te maken. De trans-Atlantische slavernij op Curaçao duurde officieel 200 jaar - een immens lange periode. En het kolonialisme nu? Er zijn mensen die vinden dat we daar nog niet van los zijn gekomen. Er was een tijd dat alleen al spreken over slavernij op Curaçao simpelweg taboe was.
Kortom, professor dr. Gerrit Huizer is de eerste Nederlandse wetenschapper die ik openlijk heb horen verklaren dat we de gevolgen van de trans-Atlantische slavernij moeten aanpakken en dat het onrechtvaardig is om die gebeurtenissen zomaar achter ons te laten alsof er niets is gebeurd. Hieruit heb ik geleerd dat nakomelingen nog steeds blijven rondlopen met woede, frustratie, laag zelfbeeld, wantrouwen, minachting voor anderen, angst en angst voor represailles, een minderwaardigheidscomplex, en zo kan ik nog doorgaan. Al deze factoren belemmeren de gezonde ontwikkeling van Curaçao.
In navolging van de aanbevelingen van professor dr. Gerrit Huizer om nieuwe structuren te creëren en trajecten en veranderingsprocessen bewust in te richten om de Curaçaose gemeenschap te dienen, oordeelde ik dat de wijk een sleutelinstrument moet worden voor de ontwikkeling van de Curaçaose gemeenschap. Daarom verdiepte ik mij verder in een scriptie die ik schreef toen ik student was aan de Sociale Academie in Eindhoven. De titel van de scriptie is “Werken aan de samenleving vanuit een wijkgerichte benadering”. Dezelfde gedachten die in die scriptie naar voren kwamen, dienden later als basis voor een radioprogramma hier op Curaçao dat ik de naam “Bario pa Bario t’esei ta Kòrsou” gaf. Op 7 januari 1995 ging het programma voor het eerst de lucht in. Vanuit verschillende invalshoeken probeerde ik iedereen ervan te overtuigen dat de wijk als ontwikkelingsinstrument beschouwd moet worden. De rol die bewoners in hun wijk kunnen spelen, stelt ons in staat om op een effectieve manier aan ‘nationbuilding’ te doen. Het geeft daadwerkelijk inhoud aan democratie door middel van participatie en bewuste betrokkenheid van wijkinwoners, om onze mensen en volgende generaties werkelijk eigenaar te maken van dit gebied.
In totaal ben ik 30 jaar met dat programma doorgegaan: precies 6 jaar bij Radio Curom/Z’86 en daarna 23,5 jaar bij Radio Hoyer. Om dat te realiseren heb ik 1,5 miljoen gulden bijeen moeten brengen van bedrijven, aangevuld met mijn eigen financiële middelen om het programma te kunnen betalen. Daarnaast waren er verschillende edities die ik op Facebook plaatste en uitzendingen die ik vanuit het buitenland heb gedaan. Veel inspanning en opoffering van mijn kant, maar toch niet met de resultaten die ik had gewenst. De opeenvolgende regeringen op Curacao hebben mij nooit serieus genomen.
Erger nog is dat ik zie hoe Curaçao een rampzalige koers volgt die volgens mij uiteindelijk de gemeenschap volledig uit elkaar zal drijven. Want de armoede is enorm. Grote delen van ons grondgebied zijn inmiddels in handen van investeerders en figuren van buitenaf. Zij worden daardoor de eigenaar van de Curaçaose toekomst. Zij slagen er wel in, simpelweg omdat ze geld kunnen strooien en de handen kunnen smeren van degenen die de beslissingsbevoegdheid hebben. Overal klinken dringende geluiden dat corruptie Curaçao heeft overgenomen, zowel binnen de overheid als in het overheidsapparaat. Het leven is onbetaalbaar voor mensen zonder werk die leven van een uitkering, alleen AOV, het minimumloon (circa 40% van de bevolking), schamele pensioenen enzovoort – het gaat om mensen die ook elke dag moeten eten en drinken.
Enkele van de wrede en pijnlijke symptomen die recent nog harder op Curaçao’s deur kloppen, zijn: een volgzaam en angstig pers- en medialandschap dat niet durft af te rekenen met de hoofdveroorzakers van al deze malaise; het fenomeen dat Curaçaoënaars met minder middelen geen toegang hebben tot bijna geen van onze stranden en bepaalde hotspots aan onze kust; de groeiende groep Curaçaoënaars met weinig scholing en gebrekkige vorming; en het feit dat voor volksvertegenwoordiging tegenwoordig geen visie op het land en geen acceptabel niveau van ontwikkeling en voorbereiding van burgers wordt vereist.
Kortom, Curaçao gaat met jet-snelheid achteruit, omdat onze leiders niet de daadkracht hebben om een land op te bouwen. Vanuit de catastrofe van slavernij en kolonialisme zijn we terechtgekomen waar we nu staan. Zonder de gevolgen van de trans-Atlantische slavernij en het kolonialisme aan te pakken, zal de Curaçaose gemeenschap verdwijnen en in handen vallen van mensen met geld die met de lokale bevolking zullen doen en laten wat zij goeddunken.




































